Inhoud Plannen

De informatie van de stad (infoblad, website,…) is summier: ze bevat een beperkte tekst en enkel sfeerbeelden. Toch geeft het een indruk van de plannen voor onze buurt. Behalve het bouwproject “Janseniushof” voorziet men ook een uitbreidingszone aan dit project met extra nieuwe woningen in de richting van de Kapucijnenvoer.

Deze plannen hebben een aantal herzieningen ondergaan, met versies in 2004, 2008 en 2010, maar de essentiële bekommernissen blijven voor al deze versies geldig.

Wij vinden het geen goede plannen omwille van drie belangrijke redenen:

  1. Er is geen ruimtelijke visie behalve wat vage termen.
  2. Men volgt de noden van de projectontwikkelaar maar biedt geen garanties op een blijvende levenskwaliteit.
  3. De plannen zijn niet aangepast aan de buurt.

Het naburige project “Barbarahof” heeft een vergelijkbaar traject ondergaan, en dit is voor ons een absoluut voorbeeld van “hoe het niet moet”.

Hieronder gaan we in meer detail in op een aantal van onze bekommernissen bij de plannen:

Kwantiteit: Teveel woningen voor deze buurt

In haar ruimtelijk structuurplan kiest Leuven voor een aangroei met 2000 nieuwe woningen in de binnenstad tussen 2002 en 2018. Op de Janseniussite worden 250 nieuwe woningen gepland, dat is een aandeel van 12,5% op een (in verhouding) véél kleiner stukje van Leuven. In de bredere buurt voorziet men bovendien een reeks andere projecten (Barbarahof, Janseniushof, Hertogendal) die samen de bevolking van een heus dorp vertegenwoordigen.

De woondichtheid voor de Janseniussite overschrijdt in deze plannen elke geldende norm. Dit zal ongetwijfeld een grote invloed hebben op de drukte, verkeersveiligheid (schoolgaande kinderen), mobiliteit, afvalhinder,…

Kwaliteit: Enkel hoge bouwblokken met appartementen

Het project bestaat uitsluitend uit hoge bouwblokken die als appartementen worden ingericht. Dit is een zeer monotone woningbouw waarvan geweten is dat ze snel veroudert omdat renovaties niet gradueel en privaat kunnen verlopen zoals bij individuele woningen. Bovendien is de bouwhoogte hoger dan de omliggende gebouwen, zonder dat hier een zinvolle reden voor is. Deze hoogte vormt een ongelijke concurrentie voor gewone woningen.

Het type van de woningen is ook bepalend voor de bevolkingsgroepen die hier zullen komen wonen. Het is geen geheim dat dit project bedoeld is voor de oudere kapitaalkrachtige senioren en tweeverdieners zonder kinderen. Aan de modale gezinnen met kinderen, voor wie de grondgebonden woning met tuin nog altijd het uitgangspunt is, komt men nauwelijks tegemoet. Gezinnen verdienen nochtans alle aandacht in deze omgeving met zoveel scholen.

Groen: Duidelijk verlies

In het hart van de Janseniussite ligt momenteel een semi-publiek stadspark (de kloostertuin van De Goede Herder) dat in deze plannen herbestemd wordt tot een volledige verkaveling van woonblokken. Er wordt een nieuw Dijlepark gecreëerd, maar dit heeft duidelijk een véél kleiner parkaandeel. Het zal ook niet meer uit hoogstammige bomen bestaan, en het ligt voor de huidige buurt verscholen achter hoogbouw. Een belangrijk stuk groenbeleving gaat hiermee verloren!

Verder wordt enkel een erg halfslachtige oplossing geboden door het speelterrein van het Paridaensinstituut open te stellen als stadspark, maar dan enkel buiten de schooluren.

Erfgoed: Verborgen

Dit project toont geen eerbied voor het erfgoed dat zich op de site bevindt (zie ook informatie van het Leuvens Historisch Genootschap, deel 1 en deel 2). De inplanting van de gebouwen zal het Justus-Lipsiusgebouw, de watertorens en sluis verbergen. In de recente plannen wordt het Landbouwkundig Instituut dan wel behouden, maar het verlies aan woningen wordt gecompenseerd in een ontdubbelde woontoren van tien bouwlagen. Dit aandachtsvragende non-monument wordt opgetrokken in de nabijheid van de veel lagere historische gebouwen aan de historische eerste ringmuur en zal deze historische omgeving teniet doen.

Verder…

Dit is slechts een samenvatting van de belangrijkste punten van kritiek bij deze plannen. Er zijn verder zeker nog andere pijnpunten aan te duiden. Zo zijn de plannen helemaal toegespitst op het gebied van de projectontwikkelaar, en is over de uitbreidingszone naar de percelen van de bestaande eigenaars weinig informatie te vinden. Daarnaast is de realisatie van bepaalde elementen die het project moeten compenseren helemaal niet gegarandeerd.

Reacties zijn gesloten.